A Question of Faith: An Explorative Pilot Study on the Relationship between West African Religion, Migration and Human Trafficking

Laurens ten Kate, Rijk van Dijk, Noortje Luning

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

1. Inleiding
‘Nederland verliest grip op West-Afrikaanse Mensenhandel’, zo constateerde het CKM in 2017 in het rapport “Crisis in de maak’. In het rapport werd de verwachting uitgesproken dat het aantal West-Afrikaanse (mogelijke) slachtoffers in Nederland de komende jaren zou toenemen. Een verwachting die destijds gebaseerd was op de enorme aantallen West-Afrikaanse vrouwen en meisjes die in Italië aankwamen en de wetenschap dat mensenhandelaren deze groep verspreiden over Europa om (veel) geld aan hen te verdienen. Om voorbereid te zijn op een hoge instroom werd in het rapport gepleit voor verschillende noodzakelijke investeringen. Deze noodzakelijke ingrepen bleven echter uit.

In 2019, twee jaar na publicatie van “Crisis in de maak”, was een sterke stijging zichtbaar van migranten van West-Afrikaanse afkomst, die mogelijk slachtoffer waren van mensenhandel. Vooral het aantal vrouwen van Nigeriaanse afkomst nam sterk toe. Na een stijging van 44 tot 46 in de periode 2015 – 2017 naar 149 in 2018 , werden in 2019 512 Nigeriaanse slachtoffers geregistreerd.

Figuur 1: Aantal bij CoMensha gemelde West-Afrikaanse (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel
(2014) 2015 2016 2017 2018 2019
Nigeria 41 44 44 46 149 512
Gambia 0 1 3 3 9 49
Sierra Leone 22 11 19 13 31 28
Guinee 35 12 18 30 26 27

De hoge instroom had een overbelasting van de opsporing en vervolging van mensenhandelzaken tot gevolg, waarbij in voorgaande jaren was gebleken dat de politie in dit soort zaken slechts in geringe mate opsporingsindicaties kon verzamelen. Om dit probleem te verhelpen, besloot de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ondanks aanbevelingen daartoe, niet tot het vergroten van de bescherming van slachtoffers of het voortzetten van de pilot Multidisciplinaire Advisering Slachtofferschap, maar voor een tegenovergestelde koers: door wijziging van de Vreemdelingencirculaire werd voortaan aan West-Afrikaanse migranten die aangifte willen doen van mensenhandel niet meer ambtshalve tijdelijke bescherming geboden. Daar waar een crisis zich de laatste jaren verder heeft ontwikkeld, is de aanpak van West-Afrikaanse mensenhandel niet alleen uitgebleven, maar is daarmee de bescherming van mogelijke slachtoffers zelfs verder uitgehold. Immers, met de ingrijpende wijziging van de Vreemdelingencirculaire is de toegang tot bescherming voor mogelijke slachtoffers aanzienlijk ingeperkt. Tegenwoordig lijkt deze groep steeds verder uit beeld te verdwijnen, opsporingsindicaties lijken steeds minder te worden uitgevraagd en mensenhandelzaken worden vroegtijdig geseponeerd, al dan niet vanwege het ontbreken van opsporingsindicaties. Bovendien is er geen onderzoek verricht naar de onderliggende oorzaken van de stijging van de instroom, ondanks de aangenomen motie Segers/Buitenweg uit 2019. Vier jaar na het rapport “Crisis in de maak” constateren we dat onze voorspelling is uitgekomen: Nederland is de grip op West-Afrikaanse mensenhandel kwijtgeraakt. Het tij moet worden gekeerd. De aanbevelingen uit 2017 zijn ook in 2021 niet opgevolgd en derhalve actueler dan ooit. Het is de hoogste tijd om hierop door te pakken.

De afgelopen jaren heeft het CKM zich blijvend ingezet voor een sterkere aanpak van West-Afrikaanse mensenhandel, een slachtoffergerichte aanpak waarin de bescherming de hoeksteen vormt. Hiertoe heeft het CKM in samenwerking met het Afrika-Studiecentrum Leiden en de Universiteit voor Humanistiek Utrecht en met ondersteuning van het Leger des Heils Amsterdam een onderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek met de titel ‘A Question of Faith’ is om meer kennis te vergaren over de rol en betekenis van religie en religieuze netwerken binnen de West-Afrikaanse gemeenschappen in Nederland. Een noodzakelijk onderzoek, omdat alleen met kennis over de West-Afrikaanse leefwereld de brug geslagen kan worden naar een slachtoffergerichte aanpak die effectief. En effectief is zo’n aanpak allereerst als de hulpverlening gevoelig is voor de culturele wortels en leefwereld van hun cliënten. We noemen dat cultuur-sensitief. De bevindingen die voortkomen uit dit onderzoek kunnen bijdragen aan kansrijkere verklaringen/aangiften enerzijds en adequatere hulpverlening en verblijfsrechtelijke bescherming anderzijds.
2. Wat leert het onderzoek ‘A Question of Faith’ ons?
Het is bekend dat voor de meeste slachtoffers van mensenhandel in Nederland die afkomstig zijn uit West-Afrika religie een zeer belangrijk onderdeel van hun leven en leefwereld is. Daarbij gaat het om religieuze ervaring, voorstellingen en verhalen, en ook om religieuze netwerken. Deze geven hoop, steun, een sociaal netwerk en betekenis aan hun leven. Daarnaast is in eerder onderzoek reeds aandacht besteed aan één element van het religieuze landschap, namelijk de voodoorituelen die worden gebruikt om slachtoffers te binden aan hun mensenhandelaren. Enerzijds om ervoor te zorgen dat schulden worden afgelost, anderzijds om te voorkomen dat ze in Europa contact zoeken met de politie. In de Koolviszaak (2006) is in deze context bijvoorbeeld een dominee ingezet om de slachtoffers te bevrijden van voodoo-invloeden. Niettemin ontbreekt het aan diepgaande kennis over de rol en betekenis van religie in de levens van West-Afrikaanse slachtoffers; denk daarbij niet alleen aan voodoo, maar ook aan het Pinkstergeloof: het zogenaamde pentecostalisme, met zijn charismatische praktijken. Kennis hierover wordt node gemist op praktisch en beleidsmatig niveau. Met het onderzoek ‘A Question of Faith’ is een aanzet gedaan om de kennislacune verder te dichten.
‘A Question of Faith’ is een pilotonderzoek waarin een literatuurstudie is uitgevoerd in combinatie met antropologisch onderzoek onder een kerngroep van achttien West-Afrikaanse migranten in Nederland. De onderzoeker bouwde over langere tijd een vertrouwensrelatie met hen op, zodat zij zich veilig voelden om hun ervaringen en gedachten over religie, spiritualiteit, migratie, sekswerk en moederschap met haar te delen. Het onderzoek betreft een weergave van het perspectief van West-Afrikaanse migranten op religie en spiritualiteit en bouwt voort op het rapport De religieuze lacune uit 2015 van Rijk van Dijk en Laurens ten Kate. In ‘De religieuze lacune’ werd geconstateerd dat binnen de Nederlandse hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandel van West-Afrikaanse afkomst onbekendheid bestaat met Afrikaanse religieuze tradities, maar ook dat er sprake is van verlegenheid met religie als praktisch en concreet fenomeen in een samenleving die in sterke mate is geseculariseerd. Het onderzoeksrapport besluit daarom met een indringende oproep om meer kennis te genereren over religie en religieuze gemeenschap(pen) voor de professionals die werken met slachtoffers van West- Afrikaanse afkomst. Met ‘A Question of Faith’ is hier gehoor aan gegeven. In onderstaande paragrafen wordt een aantal voorname bevindingen uit het onderzoek toegelicht. Bevindingen die hun weg moeten vinden in de alledaagse omgang met de doelgroep bijvoorbeeld door hulpverlening, opsporing en de IND. Ook zetten de bevindingen aan tot reflectie op, en heroverweging van het huidige (verblijfsrechtelijke) beleid ter bescherming van slachtoffers van mensenhandel.

Spiritualiteit en religie hoeksteen van leefwereld West- Afrikaanse migranten
In het Westen is het algemeen heersende idee over de religieuze referentiekaders van migranten en slachtoffers dat dit “oké is zolang dit hen (morele) steun biedt”. Echter, deze visie doet in hoge mate tekort aan de daadwerkelijke betekenis van religie en spiritualiteit in de levens van West-Afrikaanse slachtoffers en gaat voorbij aan de complexiteit en de verwevenheid van de spirituele-, religieuze- en materiële wereld.

De spirituele wereld waar de West-Afrikaanse respondenten in het onderzoek over spreken, vormt al sinds jaar en dag een centraal onderdeel van de West-Afrikaanse cultuur en is blijven bestaan toen het Christendom, de Islam en andere religies en tradities door kolonisten werden geïntroduceerd. De spirituele wereld, oftewel de niet-zichtbare wereld, is een werkelijkheid waarmee West-Afrikanen op jonge leeftijd opgroeien en die een integraal onderdeel uitmaakt van hun bestaan en daarmee een grote invloed heeft op hun dagelijkse denken en handelen. Dit betekent dat West-Afrikaanse migranten zijn opgegroeid in een culturele en religieuze context waarin zowel de geestenwereld als religie als werkelijkheden worden gezien en naast en door elkaar heen bestaan. Anders dan wij misschien zouden verwachten, staat erkenning van het bestaan van spirituele krachten en entiteiten het aanhangen van een religie niet in de weg – en vice versa. De mate waarin spiritualiteit en religie een rol speelt in het dagelijks leven van West-Afrikanen is een realiteit die we in Nederland mogelijk niet tot nauwelijks kennen en kunnen voorstellen. Wat het uitdagend kan maken voor professionals die werken met deze doelgroep om de spirituele- en religieuze werkelijkheid van West Afrikaanse migranten te begrijpen en in gevallen zelfs te (h)erkennen. De spirituele wereld, zoals ervaren door West-Afrikaanse migranten, is daarbij een werkelijkheid die zich niet eenvoudig laat vangen in een definitie of een allesomvattende beschrijving, maar vormt een complex geheel. Dit blijkt ook uit het rapport ‘A Question of Faith’. Van belang is dat er begrip is voor het feit dat voor de West-Afrikaanse migranten de spirituele, religieuze en materiële werelden sterk met elkaar verweven zijn.

De functionele en de zingevende dimensie van religie
In het onderzoek worden twee manieren uitgelicht waarop religie een rol speelt in het dagelijkse leven van West-Afrikaanse migranten in Nederland. Religie heeft een functionele dimensie, die te maken heeft met zaken als steun, succes, autoriteit en gemeenschapszin. Een voorbeeld van de functionele dimensie van religie is de keuze om naar Europa te reizen. Religie functioneert als een praktisch instrument om om te gaan met de uitdagingen op de migratieroute en voedt de gedachte dat geluk en voorspoed te vinden zijn in Europa. Migratie en de daarmee samenhangende wens van een beter leven kan worden gezien als een kwestie van geloven (“a question of faith”) en van hoop. Of de migratie slaagt is niet zozeer een praktische aangelegenheid, maar eerder afhankelijk van een gunstige spirituele stand van zaken. Spirituele steun is dan ook noodzakelijk om het doel te bereiken. Tegelijkertijd heeft religie nog een andere dimensie: het biedt een manier om naar de wereld te kijken, die te interpreteren en gebeurtenissen, zoals ze zich voordoen in het leven, te begrijpen. Hier gaat het om de zingevende, inhoudelijke dimensie van religie: beelden, verhalen, rituelen, symbolen. Dit kan haaks staan op de rationele, seculiere begripsvorming zoals in het Westen wordt gehanteerd. Dit verschil kan een kloof veroorzaken tussen hoe West-Afrikaanse migranten de wereld uitleggen en begrijpen en de ‘Westerse wereld’, in casu bijvoorbeeld hulpverleners, politiefunctionarissen of IND-medewerkers. Wat zonder meer door kan werken in de onderlinge communicatie in de vorm van onbegrip, foutieve vooronderstellingen, gevolgtrekkingen en interpretaties.

De complexiteit die gepaard gaat met het (gebruik van het) woord ‘Voodoo’.
Een van de begrippen die in de context van West-Afrikaanse mensenhandel vaak wordt aangehaald is het woord ‘voodoo’. Voor een goed begrip van dit woord, wordt in het onderzoek het begrip voodoo in een bredere context geplaatst van Afrikaanse Traditionele Religies (ATR). Zo komt naar voren dat er in de West- Afrikaanse religieuze gemeenschappen vaker wordt gesproken over ‘Vodun’ wanneer wordt gerefereerd aan ATR. Het is van aanzienlijk belang om te begrijpen dat vodun een wezenlijk onderdeel vormt van de leefwereld van West-Afrikaanse migranten, waarin vodun een positieve, neutrale of negatieve rol kan vervullen. Het misbruik van kennis en rituelen van ‘Vodun’ voor negatieve doeleinden wordt door de respondenten aangeduid als voodoo, juju of zwarte magie en wordt door hen veroordeeld. Voodoo wordt niettemin als krachtig gezien. Slachtoffers brengen het begrip voodoo in verband met immoraliteit, geld en criminaliteit. Hoewel het algemeen bekend is dat er in Nederland spirituele ‘Vodun’ specialisten zijn, wordt door de respondenten aangehaald dat de spirituele kracht in Afrika veel sterker is dan in Europa. De kracht van ‘vodun’ is volgens de respondenten dan ook vooral iets dat in Afrika huist. Sommige rituelen kunnen bijvoorbeeld alleen in de West-Afrikaanse context worden uitgevoerd, aldus een aantal respondenten. Het rapport laat zien hoe complex het (gebruik van het) woord ‘Voodoo’ is en dat het tot verkeerde conclusies van beide kanten kan leiden:

‘Ik geloof niet in Voodoo’
In ‘A Question of Faith’ schrijft de onderzoeker: “Adelia told me about an episode in her life when she still lived in Sierra Leone. Adelia thought her stepmother had used voodoo, since she was with Adelia’s father, he did not show as much care as he used to. Personally, she did not believe in voodoo. “I don’t understand” I said to Adelia, “you say you don’t believe in voodoo, but you also say it’s real”. Adelia replied, somewhat proud to tell me her secret: “It don’t work on me! It don’t work on me because I pray”. In het rapport komt naar voren dat wanneer iemand zegt ‘niet te geloven in ‘voodoo’ of geesten’, dit niet wil zeggen dat men ontkent dat ‘voodoo’ of geesten bestaan, maar dat het een manier is om uit te drukken dat men zich hiermee niet associeert en de loyaliteit aan het Christendom en bijkomende rituelen, zoals bidden, benadrukt. Bovendien, zo wordt in het rapport aangehaald, zijn dergelijke statements (“I don’t believe in corona” ) in het algemeen een belangrijke practice in de Pinkstergemeente als een manier om een werkelijkheid te creëren door het uit te spreken. Professionals die werken met West-Afrikaanse migranten dienen zich hier bewust van te zijn.

Twee elementen komen in deze passage naar voren waaruit het belang van kennis over religie blijkt. Zo wordt door de respondent aangegeven dat ze niet gelooft in voodoo. Dat kan letterlijk opgevat worden of in de context. De letterlijke betekenis leidt tot miscommunicatie en een foutieve gevolgtrekking, omdat de respondent wel degelijk gelooft in voodoo, ook al zegt ze het tegenovergestelde. Maar wanneer de uitspraak vanuit de culturele en religieuze context bekeken wordt, dan wordt hier een andere waarde aan gehangen aan de uitspraak. Oftewel dat de respondent in kwestie op deze wijze de werkelijkheid probeert te construeren waarin voodoo geen invloed op haar heeft en met haar afwijzende woorden zichzelf probeert te beschermen tegen de kracht van voodoo. Er is daarom sprake van een schijnbare tegenstelling, die alleen vanuit de religieuze en culturele context begrepen kan worden.
Het tweede element is de wisselwerking tussen religieuze stromingen zoals het christendom en ATR, zoals vodun. Zoals eerder gezegd, gaat het dan vooral om het charismatische christendom, dat in West Afrika veel invloed heeft. Deze kan alleen begrepen worden binnen de culturele en religieuze context, opdat het geen obstakel vormt in de communicatie, maar leidt tot een relatie van vertrouwen en openheid tussen West-Afrikaanse migranten en bijvoorbeeld hulpverleners, politiefunctionarissen en IND-medewerkers.

De (dis)balans tussen ‘Vertrouwen en wantrouwen’
Zoals reeds aangehaald is de spirituele wereld een realiteit voor veel West-Afrikaanse migranten. De vraag is niet of spirituele krachten bestaan, maar hoe migranten hiermee omgaan en met name hoe zij onderscheiden welke krachten te vertrouwen zijn en welke gevaarlijk zijn. Daarvoor hanteren ze verschillende strategieën. Zo komt in het onderzoek naar voren dat de respondenten in Nederland ’witte kerken’ (Nederlandse kerken) en Afrikaanse kerken bezoeken, vaak van de Pinkstergemeente. Wat opvalt, is dat de respondenten een bewuste en weloverwogen afweging maken in hoeverre ze zich aansluiten bij een kerkgemeenschap en bij welke geestelijk leider. Zo wantrouwen ze de oprechtheid van leiders en zijn ze kritisch tegenover geestelijk leiders die op geld uit zijn. Wat een belangrijk element vormt in de afweging voor sommigen respondenten is dat de pastor preekt vanuit de bijbel; “you can never know someone’s heart, so I don’t know if he’s a good pastor. Only God knows. So for me it’s important that he teaches from the Bible”. Oftewel, West-Afrikaanse migranten zijn kritisch en zoeken naar strategieën om vat te krijgen op de betrouwbaarheid van kerken en religieuze leiders om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad.

Dit wantrouwen krijgt niet alleen gestalte op religieus vlak, onder meer ten aanzien van kerken en leiders, maar strekt zich ook uit tot de sociale context. Oftewel dat in ieder geval een deel van de West-Afrikaanse respondenten een grondhouding van wantrouwen kennen jegens ‘de ander’. Zij leven naar het adagium: ‘je kan alleen jezelf vertrouwen’. Illustratief is het volgende voorbeeld:

“At one of the sessions [..] we discussed what kind of superpower each of us would like to have. Our discussion moderator told us she was unable to choose between being able to fly or being able to read thoughts. The group responded shocked and a bit agitated- reading thoughts?! It will be necessary to defend ourselves from her prying mind!”.

Zoals een van de respondenten het verwoordde: “You never know the mind of the other person”. Omdat men de plannen/doelen/motieven van de ander nooit met zekerheid kan kennen, is het volgens een deel van de respondenten niet verstandig om te veel over jezelf prijs te geven, zowel binnen als buiten de kerkgemeenschappen. Het onderzoek laat dan ook zien dat inzichten omtrent vertrouwen en wantrouwen niet alleen van invloed zijn op aspecten gerelateerd aan de spirituele en religieuze wereld, maar ook doorwerken daarbuiten. Een belangrijk gegeven met het oog op het opbouwen van vertrouwen met West-Afrikaanse migranten. Niet alleen voor de praktijk, maar ook als gekeken wordt hoe vertrouwen opgebouwd kan worden met de met het doel tot zorgvuldige en afgewogen beslissingen te komen binnen de opsporing, de verblijfsrechtelijke bescherming, maar ook bij het waarderen van verklaringen door bijvoorbeeld rechters.

3. Wat is de weg voorwaarts?
De leefwereld van West-Afrikaanse migranten in Nederland is buitengewoon complex voor iemand die opgroeit in een Westerse samenleving, zo laat het onderzoek zien.‘A Question of Faith’ geeft dieper inzicht in de religieus-spirituele kant van het leven van West-Afrikaanse migranten, de invloed die dit heeft op hun leven en hoe zij hier in Nederland invulling aan geven. Spiritualiteit, religie en religieuze netwerken spelen op verschillende manieren een belangrijke rol. Kennis over religie en spiritualiteit is dan ook essentieel om slachtoffers van West-Afrikaanse afkomst adequate hulp te kunnen bieden of te begeleiden bij het opnemen van een (verblijfsrechtelijke) verklaring of een aangifte.

Een cultuur-sensitieve benadering waarin kennis over religie en spiritualiteit wordt meegenomen is een primaire voorwaarde voor communicatie met West-Afrikaanse migranten en draagt naar verwachting bij aan het versterken van vertrouwen tussen deze groep migranten en de opsporing en hulpverlening. De onderzoekers doen een aantal aanbevelingen om te komen tot een meer adequate cultuur-sensitieve werkwijze. Zo bepleiten de onderzoekers dat openstelling en oprechte interesse in ‘de cultureel verschillende ander’ voorwaarde is voor een gesprek over gevoelige en persoonlijke onderwerpen als religie en spiritualiteit – onderwerpen die sterk samenhangen met migratie en (mogelijke) uitbuiting. Het ligt in de lijn der verwachting dat over een langere periode een persoonlijke vertrouwensband moet worden opgebouwd. De oprechte interesse in de ander moet gepaard gaan met wat de onderzoekers noemen “radicaal respect” voor een fundamenteel onderdeel van het West-Afrikaanse religieuze landschap: het bestaan van geesten en krachten als een factor van belang in (het begrip van) de wereld en in het persoonlijke leven van West-Afrikaanse migranten.

Gezien het feit dat professionals die werken met West- Afrikaanse migranten die mogelijk het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel vaak niet-religieus zijn of juist vanuit het referentiekader van hun eigen religie naar de beleving van religie en spiritualiteit van hun cliënt kijken, vormt dit in de praktijk vaak een worsteling en kan, zonder dat dit gewild wordt, onbegrip ontstaan. Een cultuur-sensitieve benadering vergt dan ook bovenal en allereerst van de professional een kritische reflectie op het eigen referentiekader: hoe bepaalt jouw wereldbeeld, mede vanuit een religieuze of niet-religieuze achtergrond, jouw blik op de wereld en op de onderwerpen die voor West-Afrikaanse cliënten belangrijk zijn? In onze westerse samenleving is religie vaak beperkt tot een bron van steun of houvast in het leven van de individu en een persoonlijke manier om de wereld te aanschouwen. Voor spiritualiteit is echter maar beperkt ruimte en geloof in geesten en bovennatuurlijke krachten vormt geen werkelijk onderdeel van onze samenleving. Dit inzicht leidt niet alleen tot het aanpassen van referentiekaders en de alledaagse omgang met West-Afrikaanse slachtoffers van mensenhandel, maar zet ook aan tot een reflectie op het beleid rondom verblijfsrechtelijke bescherming en huidige werkwijze binnen opsporing, hulpverlening en IND. Een voorbeeld hiervan is het opzetten van een specifiek West-Afrika opsporingsteam in navolging van de Belgische politie. Een team dat bij voorkeur multidisciplinair werkt, oftewel in nauwe samenwerking met specialistische hulpverleners en IND-medewerkers. Zodat de cultuur-sensitieve werkwijze niet alleen doorwerkt in de alledaagse omgang met West-Afrikaanse slachtoffers van mensenhandel, maar ook correspondeert met het onderliggende systeem. Deze stap is van belang in het werken naar een adequatere aanpak van West-Afrikaanse mensenhandel. ‘Radicaal respect’ zou het fundament moeten zijn voor deze slachtoffergerichte aanpak van mensenhandel die in de kern cultuur-sensitief van aard is. Dit leidt tot de volgende twee aanbevelingen voor vervolgstappen:
1. Cultuur-sensitief werken: Professionals die werken met West-Afrikaanse migranten die mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel moeten voldoende getraind/opgeleid worden in kennis over de rol en betekenis van religie, religieuze netwerken en spiritualiteit en de wijze van communiceren met West-Afrikaanse migranten die mogelijk slachtoffer zijn van mensenhandel.
2. Cultuur-sensitief systeem: Vanuit de kennis die is opgedaan in het rapport, dient er gereflecteerd te worden op het huidige systeem binnen de hulpverlening, opsporing en bij de IND met doel te komen tot een adequate en effectieve bescherming van slachtoffers en in het versterken van een effectieve aanpak van West-Afrikaanse mensenhandel.



Original languageEnglish
PublisherCentre against Human Trafficking (CKM)
Number of pages50
Publication statusPublished - 25 Aug 2021

Keywords

  • Human trafficking
  • migration
  • religion
  • West-Africa

Cite this