Abstract
Een actuele vraag voor bestuurders is hoe zij in deze complexe en snel veranderende tijden betekenis kunnen vinden en ervaren. Leiderschapsliteratuur benadrukt het belang van reflectie en gezamenlijke zingeving, maar gaat zelden in op hoe dit in de praktijk werkt. Dit artikel vergelijkt drie dominante theoretische perspectieven met verhalen van bestuurders uit de praktijk. Hoewel de literatuur stelt dat leiders tijd moeten maken voor gezamenlijke reflectie, blijven hun dagelijkse ervaringen onderbelicht. Dit onderzoek vult die leemte met kwalitatieve data uit interviews, groepsgesprekken en enquêtes. De belangrijkste uitkomst is een kloof tussen theorie en praktijk. Reflectie wordt vaak utopisch benaderd, zonder oog voor politieke en bureaucratische krachten. Bestuurders proberen ‘het’ vooral ‘goed’ te doen en vermijden daarbij twijfel, emotie en intuïtie. Drie hardnekkige opvattingen beperken structureel hun reflectieve ruimte, zo blijkt. Dit artikel biedt een ‘reality check’ en pleit voor meer resonantie, stilte en ruimte om te lummelen.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Pages (from-to) | 20-38 |
| Journal | M&O, Management en Organisatie |
| Volume | 4 |
| Publication status | Published - 1 Aug 2025 |
Themes from the UHS research agenda
- Professional ethics and integrity