Doorgaan naar hoofdnavigatie Doorgaan naar zoeken Ga verder naar hoofdinhoud

Hoe ik mijzelf ben
: Een zorgethisch onderzoek naar het gevoel van gekend zijn van mensen met een verstandelijke beperking in relatie tot personeelswisselingen.

Scriptie/Masterproef: Master's Thesis: Care Ethics

Samenvatting

Voor mensen met een verstandelijke beperking behoren begeleiders doorgaans tot één van de belangrijkste personen in hun leven. Begeleiders die iemand al langer kennen, kennen diens (levens)verhaal en weten wie iemand is. De huidige personeelstekorten en de vele personeelswisselingen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking vormen daarmee een mogelijke bedreiging voor het gevoel van gekend zijn. In dit zorgethische onderzoek is het gevoel van gekend zijn bij mensen met een verstandelijke beperking in relatie tot de personeelswisselingen zowel theoretisch als empirisch onderzocht. De centrale onderzoeksvraag is: Wat betekent het gevoel van gekend zijn binnen zorgrelaties voor mensen met een licht tot matige verstandelijke beperking gekeken vanuit de sensitizing concepts relationaliteit en particulariteit, hoe verhoudt zich het gevoel van gekend zijn voor mensen met een licht tot matige verstandelijke beperking tot de personeelswisselingen binnen zorgteams, en hoe kan de dialoog tussen deze theoretische en empirische inzichten bijdragen aan het bevorderen van het gevoel van gekend zijn wanneer er nieuwe begeleiders en invalkrachten komen werken?

Vanuit de theorie komt naar voren dat het gevoel van gekend zijn gaat om het krijgen van erkenning van het zijn van een uniek persoon, het ervaren van een gevoel van veiligheid, het ervaren van persoonlijke en betekenisvolle connecties met de zorgprofessional en het empowered worden in de vormgeving van de eigen zorg. Voor mensen met een verstandelijke beperking is het voor het gevoel van gekend zijn van belang dat zij een congruentie ervaren tussen wie zij zijn en hoe anderen hen zien. Vanuit zorgethische literatuur wordt het belang benadrukt van het in de relatie met de ander aandacht hebben voor de uniciteit en particulariteit van de persoon waarvoor gezorgd wordt en diens context. Bovendien kan vanuit de zorgethische literatuur worden beargumenteerd dat het erkennen van de ander als uniek persoon en het aandachtig zijn voor het appèl dat deze unieke persoon doet op de zorgprofessional voorwaarden zijn voor het gevoel van gekend zijn.
Uit de empirische data van dit onderzoek komt naar voren dat het voor het gevoel van gekend zijn gaat over het zien van (onvervulde) zorgbehoeften, welke doorgaans gaan over hoe iemand zich in diens vel voelt, en vervolgens daarop in te spelen. Daarnaast komt naar voren dat mensen met een verstandelijke beperking het belangrijk vinden dat (nieuwe) begeleiders en invalkrachten zien hoe ze écht zijn, in plaats van enkel hoe ze reageren op de momenten dat ze moeite hebben met de aanwezigheid van nieuwe begeleiders en invalkrachten.

In de zorgethische reflectie zijn de inzichten uit de theorie en empirie in dialoog gebracht door middel van de zorgethische trias meedenken, tegendenken en omdenken. Hierin komt naar voren dat het voor het gevoel van gekend zijn het niet zozeer van belang is dat begeleiders meer weten. Het gaat voornamelijk over het hebben van een opmerkzame houding voor hoe iemand zich voelt en wat iemand vervolgens nodig heeft. Bovendien komt naar boven dat mensen met een verstandelijke beperking een incongruentie ervaren tussen hoe zij zichzelf zien en hoe zij worden gezien door (nieuwe) begeleiders en invalkrachten. Aan de hand van de filosofieën van Emmanuel Levinas en Judith Butler wordt gepleit voor een houding van ‘ik kan jou nooit volledig kennen’ wat – paradoxaal genoeg – het gevoel van gekend zijn kan bevorderen. Dit komt doordat het ruimte laat voor de ander om te verschijnen zoals diegene echt is, in plaats van dat ‘wie iemand is’ al wordt ingevuld door de begeleider. Het beoefenen van presentie, zoals dit door Andries Baart is uitgewerkt, en in het bijzonder exposure kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een houding van ‘ik kan jou nooit volledig kennen.’ Het ontvangen van zorg in een zorgethisch lab en het in gesprek gaan met mensen met een verstandelijke beperking over hoe zij de personeelswisselingen ervaren worden als aanbeveling gegeven om exposure toe te passen. Op die manier ontwikkelt de begeleider een diepgaand begrip voor de ervaring van de persoon met een verstandelijke beperking rondom de personeelswisselingen en wordt de begeleider sensitief gemaakt voor wat er op het spel staat wat betreft het gevoel van gekend zijn en wat diegene kan betekenen in het bevorderen van dit gevoel van gekend zijn.

Datum prijs17 jun. 2026
Originele taalNederlands
BegeleiderGustaaf F. Bos (Toezichthouder) & Susanne L. van den Hooff (Toezichthouder)

Citeer dit

'