Samenvatting
De morele rechtvaardiging van dwang in de ggz is onderwerp van discussie. De morele rechtvaardiging hangt af van meerdere factoren, zoals de criteria vanuit de Wvggz en de wilsbekwaamheid en eventueel verzet van de cliënt. Deze factoren zijn niet objectief te beoordelen, waardoor de morele rechtvaardiging van dwang nooit met zekerheid vast te stellen is. Zorgverleners in de ggz kunnen dan ook twijfelen aan de rechtvaardiging van dwang, oftewel morele vertwijfeling over dwang ervaren. Dit zorgethische onderzoek is gericht op hoe zorgverleners in de ambulante verslavingszorg deze vertwijfeling ervaren, welke behoeften zij hierbij hebben en welke zorg zij daarbij nodig zouden hebben.Uit het eerste empirische deelonderzoek is gebleken dat zorgverleners morele vertwijfeling niet zien als expliciet onderdeel van hun ervaring in het werken met dwang, maar dat er meerdere twijfels bestaan in het werken met dwang. Het tweede deelonderzoek heeft hieraan toegevoegd dat er meerdere onvervulde behoeften bestaan bij zorgverleners in het werken met dwang. In het theoretisch deelonderzoek is besproken wat morele vertwijfeling behelst en is naar voren gekomen dat zorgverleners op drie manieren kwetsbaar zijn en daardoor afhankelijk zijn van anderen. In het synthetiserende deelonderzoek zijn de empirische en theoretische deelonderzoeken met elkaar verweven, waarbij een herziene definitie van morele vertwijfeling is opgesteld en een voorstel voor morele reflectiviteit in de zorgpraktijk wordt gedaan.
| Datum prijs | 4 jul. 2025 |
|---|---|
| Originele taal | Nederlands |
| Begeleider | Elleke Landeweer (Toezichthouder) & Janke Groot de (Toezichthouder) |