Doorgaan naar hoofdnavigatie Doorgaan naar zoeken Ga verder naar hoofdinhoud

ONGELIJKE KANSEN AAN HET BED
: Zorgethisch fenomenologisch onderzoek naar stagediscriminatie bij verpleegkundigen in opleiding

  • Sietske Pels

Scriptie/Masterproef: Master's Thesis: Care Ethics

Samenvatting

Wanneer verpleegkundestudenten tijdens hun stages te maken krijgen met discriminatie is de impact op hen groot. Het heeft gevolgen voor hun (mentale) gezondheid en negatieve gevolgen voor hun motivatie voor het vak. Naast deze persoonlijke gevolgen zorgt discriminatie in de zorg voor verminderde instroom en extra uitstroom van verpleegkundigen. In deze thesis wordt gezocht naar de betekenis van de ervaringen van discriminatie voor de professionele ontwikkeling van deze toekomstige verpleegkundigen. Daarnaast wordt onderzocht hoe een zorgethisch denkkader, kijkend vanuit relationaliteit, kwetsbaarheid en positie kan bijdragen aan een normatieve zorgethische visie op het tegengaan van stagediscriminatie bij de Bachelor Verpleegkunde van de Hogeschool Utrecht.
Vanuit een zorgethisch theoretisch kader, aangevuld met enkele pedagogische bronnen wordt de kwetsbare, afhankelijke positie van verpleegkundestudenten onderzocht. Verpleegkundestudenten bevinden zich tijdens stage in een complexe positie waarin zij zowel zorgvrager als zorgverlener zijn. Deze positie maakt hen kwetsbaar en afhankelijk onder invloed van machtsdynamieken en beoordelingen. Wanneer daar bovenop sprake is van discriminatie stapelen kwetsbaarheden zich op. De kwetsbaarheid en afhankelijkheid die zij in deze context ervaren zorgt voor onzekerheid in het heden, maar zorgt ook een gevoel van vergaande onzekerheid voor de toekomst. Naast kwetsbaarheid is dan ook sprake van precariteit. In de ongelijkheid binnen contexten en relaties waar deze studenten zich bevinden ontstaat een moreel appel. Het legt de verantwoordelijkheid om kwetsbaren te beschermen bij minder kwetsbaren zoals docenten en begeleiders.

Het empirische deel van dit onderzoek, een interpretatieve fenomenologische analyse, laat zien dat studenten na ervaringen van discriminatie onder meer kansenongelijkheid ervaren. Ook verliezen zij vertrouwen in zichzelf en hun begeleiders wat hen belemmert in hun professionele ontwikkeling. Het niet-handelen van begeleiders en docenten bij discriminatie wordt door studenten als een kwetsende vorm van uitsluiting ervaren. Het zorgt voor een onveilig leerklimaat en draagt bij aan het proces van normalisering van discriminatie.

De verantwoordelijkheid om te handelen, om gehoor te geven aan het morele appel wat door de kwetsbaarheid en precariteit van studenten ontstaat, wordt gelegd bij de minder kwetsbaren in deze context, de begeleider, docenten en de onderwijsinstelling. Bij hen ligt de verantwoordelijkheid om te handelen en om stagediscriminatie tegen te gaan. Het herkennen en erkennen van de kwetsbaarheid en precariteit van deze studenten en het opmerkzaam zijn voor de zorgvraag die hierop volgt kan bijdragen aan goede zorg voor deze studenten. Het vergroten van kennis en bewustzijn bij docenten kan concreet bijdragen aan de vorming van een zorgethische normatieve visie op het tegengaan van stagediscriminatie.  
Datum prijs14 jul. 2026
Originele taalNederlands
BegeleiderAndries Hiskes (Toezichthouder) & Gustaaf F. Bos (Toezichthouder)

Citeer dit

'