Samenvatting
Deze masterscriptie onderzoekt de geleefde ervaring van zorgverleners in de geestelijkegezondheidszorg (GGZ) gedurende de participatie van cliënten en/of hun naasten tijdens
moreel beraad, en welke voorwaarden er nodig zijn om de veiligheid van de zorgverlener te
waarborgen. Moreel beraad is een gespreksmethode om morele vragen gezamenlijk concreet
te onderzoeken onder leiding van een gespreksleider. Tegenwoordig worden soms cliënten
en hun naasten ook uitgenodigd om deel te nemen aan een moreel beraad. Dit kan tot
spanning leiden wat betreft openheid, professionaliteit en veiligheid.
Dit zorgethische onderzoek bestaat uit zowel literatuurstudie als een empirisch
onderzoek. In het empirisch onderzoek zijn vier interviews afgenomen en geanalyseerd op
basis van de Interpretative Phenomenological Analysis (IPA-methode). De bevindingen tonen
aan dat zorgverleners de deelname van cliënten en hun naasten als tweeledig ervaren: aan de
ene kant wordt het gezien als waardevol, aan de andere kant levert de aanwezigheid extra
spanning op.
De voornaamste conclusie van het onderzoek is dat er geen universeel antwoord
bestaat op de vraag of cliënten en hun naasten moeten worden betrokken bij moreel beraad.
Per situatie moet de particulariteit van de context worden bekeken. Het is noodzakelijk dat er
in elke situatie opnieuw zorgvuldig wordt afgewogen welke vorm van participatie passend is.
Ook wordt er een aanbeveling gedaan voor een alternatieve vorm van participatie in het geval
dat cliënten- en naastenparticipatie niet haalbaar is. Het onderzoek draagt bij aan het
verdiepen van het inzicht in hoe moreel beraad wordt ervaren door zorgverleners en hoe het
op een veilige manier kan worden vormgegeven.
| Datum prijs | 4 jul 2025 |
|---|---|
| Originele taal | Nederlands |
| Begeleider | Elleke Landeweer (Toezichthouder) & Carlo Leget (Toezichthouder) |