Deze thesis betreft een exploratief onderzoek naar hoe geestelijk verzorgers inspelen op lichamelijk-zintuiglijk ervaren in de zingeving van mensen met een verstandelijke beperking. Geestelijke verzorging heeft een vrij talig karakter, waarbij begeleiding veelal plaatsvindt aan de hand van gesprekken. Bij mensen met een matige tot zeer ernstige verstandelijke beperking is er vaak sprake van minder of geen verbale mogelijkheden. Vanuit deze gedachte is zingeving via het ervaren met het lichaam en de zintuigen ontstaan; iets dat al veel in de praktijk wordt toegepast door geestelijk verzorgers. Er is echter weinig tot geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar lichamelijk-zintuiglijk ervaren in zingeving bij deze mensen. Deze thesis beoogt een bijdrage te leveren aan onderzoek hierover. Het onderzoek bestaat uit elf interviews met geestelijk verzorgers en zes participerende observaties in het dagelijks werk van de geestelijk verzorgers. Hiermee is inzichtelijk geworden hoe geestelijk verzorgers inspelen op lichamelijk-zintuiglijk ervaren in de zingeving van mensen met een verstandelijke beperking. De conclusies van het onderzoek zijn vervolgens in verband gebracht met wetenschappelijke literatuur. Uit het onderzoek is gebleken dat lichamelijk-zintuiglijk ervaren door geestelijk verzorgers wordt gebruikt in geestelijke verzorging aan mensen met een matige tot zeer ernstige verstandelijke beperking. Als eerste moet er contact gemaakt worden en passend gecommuniceerd. Lichaamstaal, gedrag, positionering in de ruimte, geluiden en aanrakingen blijken belangrijke manieren van communiceren te zijn, die persoonlijk worden ingevuld. Daarna kunnen zingevingsvragen gesignaleerd worden, door deze af te lezen aan het lichaam, gedrag en positionering in de ruimte en ten opzichte van anderen. Samenwerking met familie en begeleiding is hierbij belangrijk, omdat zij de persoon goed kennen. Om deze zingevingsvragen passend te ondersteunen, spreken geestelijk verzorgers lichaam en zintuigen aan om abstracte concepten, zoals rouw, beleefbaar te maken. In individuele begeleiding heeft dit vaak een persoonsgebonden invulling, waarin het levensverhaal centraal staat. Als laatste moet de geestelijk verzorger de reactie op deze ondersteuning en de zinbeleving aflezen aan het lichaam van de persoon en de betekenis hiervan interpreteren, aangezien zij deze beleving niet kunnen verwoorden. Ook hier is samenwerking met familie en begeleiding van belang.